Gezondheid is toch echt meer dan niet ziek zijn?

Verschenen in Bodylife nummer 6 2021


De WHO schreef in 1948 de volgende definitie van gezondheid: ‘Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebrek.’. Natuurlijk is deze definitie wel aan een kleine update toe, want dat je pas gezond bent als je in een staat bent van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn is erg hoog gegrepen, dan zijn weinig mensen gezond.

Machteld Huber, de arts die Positieve Gezondheid heeft ontwikkeld en op de kaart zette, maakte hiervan: ‘Gezondheid is het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.’ In beide definities wordt gezondheid niet gezien als uitsluitend of met name de zorg voor ziekte, maar juist de zorg voor gezondheid, gezondheidsbevordering en preventie. Hoe is het dan mogelijk dat de coalitiepartijen van de vijf pagina’s dieover gezondheid gaan in het nieuwe coalitieakkoord, slechts een kwartpagina gebruiken om over preventie en gezondheidsbevordering te schrijven en de rest gewijd is zorg. Wellicht is het tijd om ziektezorg en preventieve gezondheid bevordering als aparte elementen, aparte beleidsvelden te gaan bekijken.

Het wordt wel ‘Gezondheidszorg’ genoemd, maar men bedoelt daar toch echt ziektezorg mee. Door het onder een noemer te beschrijven, krijgt gezondheidsbevordering en preventie al tientallen jaren te weinig aandacht en budget, met alle gevolgen van dien. In het artikel verderop in deze uitgave schrijf ik hier uitgebreider over en beschrijf ik ook dat de fitnessbranche niet ingezet wordt voor de enorme meerwaarde die gebracht kan worden voor gezondheidsbevordering en preventie. Wat ik daarin niet beschrijf, en daarom in deze column wil aanstippen is de alinea over de coronacrisis in het coalitieakkoord. Hierin staat ‘We maken ons klaar voor toekomstige gezondheidscrises door… versterking van de pandemische paraatheid!

Focus op genees- en hulpmiddelen dus en opschaling IC-capaciteit.' Natuurlijk is dit een belangrijk punt, maarr waarom wordt er niks geschreven over preventie en gezondheidsbevordering om zo toekomstbestendiger worden voor een volgende gezondheidscrises? Ik pleit toch echt voor een minister van gezondheidsbevordering en preventie en het lostrekken van gezondheidszorg (ziektezorg) en gezondheidsbevordering en preventie.

Deze nieuwe minister krijgt er ook al een flinke kluif aan om de al zestig jaar toenemende trend van toename van overgewicht, obesitas en diabetes te breken. Door een goeie focus op gezondheid kan deze minister in conclaaf over optimale primaire preventie met Gezondheidsraad, NOC*NSF, NL Actief, Kenniscentrum Sport en Bewegen, Voedingscentrum en dergelijke partijen. Samen de schouders onder een gezondere toekomst in de plaats van alleen maar brandjes blussen.

John van Heel
EFAA en Leefstijlclub
Edities